
Grafregisters
Op deze pagina treft u een tweetal lijsten aan met namen van personen die zijn begraven op de Oude Begraafplaats in Veenendaal. Deze informatie komt uit de ‘grafregisters’ die zich bevinden in het archief van de gemeente Veenendaal. In een grafregister werd opgeschreven wie er ter aarde werden besteld. Wij danken onze plaatsgenoot Cor van Geerenstein, die als vrijwilliger vele honderden uren bezig is geweest om deze bestanden toegankelijk te maken. Vanuit de (papieren) grafregisters heeft hij een uitgebreid overzicht gemaakt, waarin achtereenvolgens zijn opgenomen de grafnummers, geboorte- en sterfdata, namen van de vaders en de moeders van de overledenen, en waar mogelijk ook het toenmalige huisadres van de overledenen.
In totaal zijn er ruim 9.000 mensen begraven op de Oude Begraafplaats. Hiervan treft u op de beide lijsten (grafregisters) hiernaast de namen aan van een kleine 4.000 personen. De namen van de overige personen – die tussen 1829 tot 1903 zijn begraven in een algemeen graf, – ontbreken nog. Deze namen hopen we later toe te voegen.
EIGEN GRAVEN
Eigen graven, ook wel ‘familiegraven’ genoemd, zijn gemetselde graven waarbij iemand een graf kocht waar later meerdere personen in konden worden bijgezet. Deze ruimte was bedoeld voor de echtgenoot en voor de kinderen, maar ook voor broers en zussen, leden van de schoonfamilie e.d. In één familiegraf werden over een periode van enkele decennia soms wel 20 personen begraven. In andere gevallen lagen er slechts 1 of 2 personen in een dergelijk graf. Tot de ‘eigen graven‘ behoorden ook de zgn. ‘grafkelders’. In de 19e eeuw waren het doorgaans alleen de meer kapitaalkrachtige mensen, die zo’n eigen graf konden betalen. Dat gold met name voor degenen die een grafkelder lieten metselen.
Bij elkaar zijn op de Oude Begraafplaats 341 eigen graven uitgegeven, waar in de loop der tijd 1.912 personen zijn begraven. Van de 341 eigen graven hebben er 152 een nummer met de aanduiding ‘NO’ ervoor. Dit staat voor ‘Noordoost’. Hiermee wordt bedoeld de noordelijke hoek (1/4 deel van de begraafplaats) langs het huidige Kostverloren. Aan de andere kant van het middenpad (‘NW’) werden 189 eigen graven uitgegeven. Dit was aan de noordwestelijke zijde, naast de huidige Weverij.
Van de 341 eigen graven werden er ruim 100 voorzien van een gedenksteen, meestal een liggende natuurstenen plaat op het graf. In slechts enkele gevallen ging het om een staande steen, in de Veenendaalse grafregisters aangeduid met ‘ST’. Het beperkt aantal staande grafstenen wijkt overigens sterk af van de grafcultuur in de rest van het land, waar staande gedenkstenen veel meer gangbaar waren. Het maken van grafstenen en grafplaten was in de 19e eeuw een dure aangelegenheid. De natuursteen waarvan de meeste gedenkstenen werden gemaakt, kwam meestal uit de Belgische Ardennen of uit het Duitse Eiffelgebergte. Aanvoer van deze natuursteen ging grotendeels per schip (via onder meer de Maas en de Rijn). Vanuit Rhenen werd de natuursteen verder vervoerd naar Veenendaal, per aak (via de Grebbe) of per paard en wagen. Van de bovengenoemde ruim 100 gedenkstenen die ten tijde van de sluiting van de begraafplaats in 1919 aanwezig waren zijn er nu nog 52 aanwezig op de Oude Begraafplaats. Graven zonder gedenkstenen werden voorzien van een paaltje met een grafnummer, zodat nabestaanden de plek makkelijk konden terugvinden. Deze grafnummers correspondeerden met de gemeentelijke administratie in de grafregisters. Aanvankelijk waren de paaltjes van hout (goedkope oplossing), of van natuursteen (duurdere variant). Vanaf het eind van de 19e eeuw werd steeds meer gebruikt gemaakt van betonnen grafpaaltjes.
ALGEMENE GRAVEN
In algemene graven werden mensen ter aarde besteld in het eerstvolgende graf waar ruimte was. Dit was de goedkoopste manier van begraven. Hierbij liggen dus diverse personen die geen familie van elkaar zijn in één graf, boven elkaar. Bij algemene graven werden nooit grafstenen geplaatst, wel genummerde grafpaaltjes, die verwezen naar de grafregisters.
De algemene graven lagen en liggen nog steeds strak tegen elkaar aan op het zuidelijke deel van de begraafplaats, dus direct achter de hoofdingang – aan het tegenwoordige wandelpad naar de Molenstraat. Op dit veld waren destijds dus alleen nummerpaaltjes te vinden, die (zonder namen) in een soort van grasveld stonden.
Wie de grafregisters naloopt ziet dat het aantal overleden personen per graf nogal verschilde. Volwassenen en baby’s werden normaliter gewoon op volgorde van sterfdatum na elkaar in een graf gelegd. Als er veel babylijkjes moesten worden begraven was er ruimte voor meer personen in een graf. Zo is te lezen dat in het algemene graf nummer ‘041’ in het jaar 1905 de volgende personen werden begraven: op 22 juni de 54-jarige Els van Heemsbergen, op 24 juni het levenloze zoontje van de familie Klumpenaar, dezelfde dag de 6 dagen oude Willem Prins, op 30 juni Jochem van Schuppen (6 maanden oud), op 1 juli de levenloze dochter van de familie Van Leeuwen, op 5 juli de levenloze zoon van de familie Otten, twee dagen later de levenloze zoon van de familie Van de Pest, en op 8 juli de 2 jaar oude Elisabeth Stip en het levenloze zoontje van de familie Spies.

OVERLIJDENSREGISTERS
In de eveneens door de gemeente bijgehouden overlijdensakten ( ‘Registers van overlijden’) werd bijgehouden wie er binnen de grenzen van de gemeente stierven. Bij een aangifte van overlijden op het gemeentehuis waren altijd enkele getuigen aanwezig. Ook was doorgaans een doktersverklaring (‘geneesheer’) vereist. De in de overlijdensaktes genoemde personen zijn niet altijd dezelfde als de personen die vermeld stonden in de grafregisters. Iemand kon in Veenendaal ‘aan zijn einde’ komen, maar elders begraven worden. Of andersom: een inwoner van Veenendaal die elders stierf (tijdens z’n werk, op reis, op familiebezoek e.d.) werd wel in Veenendaal (de woonplaats) begraven.
